Dutch Runners | Atletiekunie

terug Print deze pagina

Nieuws

13 september 2010

Een loopleven zonder einde

door Patrick Delait

Topsporter is hij nog maar even, maar hardlopen zal Luc Krotwaar zolang blijven doen als hij kan. Passie, passie en nog eens passie. Het 42-jarige boegbeeld, morgen voor het eerst aan de start in de Meerssen Marathon, loopt zich nog altijd met veel plezier het vuur uit de sloffen. „Het mooie van de marathon is dat je jezelf niet voor de gek kunt houden.”

Kamiel Maase
Op het afgesproken tijdstip zit Luc Krotwaar voor de ingang van het Van der Valk-hotel in Eindhoven op een trapje. Aan zijn voeten een paar flitsende Adidas-schoenen. Ook de sweater die hij draagt, is van het Duitse sportmerk waaraan de marathonloper al jarenlang is verbonden. Krotwaar is weliswaar bezig aan zijn laatste seizoen als topsporter, maar aan definitief stoppen denkt hij nog lang niet. De passie voor de marathon die hij als kind al voelde, is onverminderd groot. Het is de reden waarom hij nooit zou kunnen doen wat Kamiel Maase wel deed. Sinds de beste Nederlandse lange afstandsloper van het voorbije decennium begin 2009 afscheid nam in de halve marathon van Egmond trok hij de hardloopschoenen nog slechts sporadisch aan.

 

Decepties
Hoewel hij veel respect heeft voor Maase huldigt Krotwaar een andere filosofie. Zo hard als in zijn beste dagen zal hij nooit meer lopen, maar lopen zal hij. Achter hem ligt een lang loopleven met vele triomfen. Zeven keer werd Krotwaar Nederlands kam pioen op de marathon, voor het laatst in 2007. Met een vierde plek op het EK in Göteborg in 2006 en een vijftiende op het WK in Helsinki in 2005 sprak de Brabander ook internationaal een woordje mee. Decepties waren er ook. Met een kuitblessure moest hij afzeggen voor de Olympische Spelen in Athene.Wellicht nog ingrijpender was de veel te hete editie van de marathon van Rotterdam in 2007 waarin Krotwaar roofbouw pleegde op zijn lichaam. „Ik heb toen veel geleden. Na Rotterdam had ik eigenlijk een half jaar rust moeten pakken. Maar dat kon niet. Als topsporter stel je altijd nieuwe doelen. Ik wilde me kwalificeren voor de Spelen van 2008 in Peking. Na Rotterdam had ik echter zoveel pijntjes dat ik twee jaar niet serieus heb kunnen trainen.”

Mister marathon
Een afscheid heeft Krotwaar nooit overwogen. „Dat ik nooit meer mijn oude niveau zal halen, is voor mij geen punt. Ik heb altijd gelopen om het beste uit mezelf te halen. Heb meer gevechten met mezelf gevoerd dan met anderen. Als ik mijn eigen doelstelling haalde, was ik tevreden. Die instelling heeft me behoed voor grote teleurstellingen.” Het grote verschil met vroeger is dat Krotwaar zijn energie niet meer volledig in de volgende marathon steekt. De in Eindhoven woonachtige atleet heeft zijn horizon verbreed. Met behulp van managementbureau Volare Sports startte hij vorig jaar met zijn eigen bedrijfje: Mister Marathon. Krotwaar geeft clinics en begeleidt hardloopprojecten in het bedrijfsleven. Daarnaast traint hij een groep atleten bij Eindhoven Atletiek. De verlegen jongen van weleer predikt tegenwoordig met flair het hardloopevangelie. Krotwaar staat geregeld te kijken van de gedaanteverwisseling die hij heeft ondergaan. „Ik weet niet of de sport mij als mens heeft veranderd. Als topsporter heb ik wel een aantal vaardigheden ontwikkeld die me nu in staat stellen om andere wegen in te slaan. Verlegen ben ik niet meer. In het begin vond ik het best lastig als mijn sponsor vroeg om ergens een clinic te geven. Als je dat soort dingen echter maar vaak genoeg doet, leer je ermee omgaan. Nu vind ik het leuk.” Wie ‘Mister Marathon inhuurt voor een exposé wordt getrakteerd op een aantal markante meningen.

Imago gecultiveerd
Zo vindt Krotwaar dat de marathondiscipline niet thuishoort in de atletiek. „De marathon heeft niks te maken met polsstokhoogspringen of discuswerpen. Het is een zelfstandige sporttak met een aparte historie. Toen ik als vijftienjarige jongen naar de atletiekclub trok met de boodschap dat ik marathonloper wilde worden, werd ik meteen op een zijspoor gezet. Er werd me gezegd dat ik min- stens nog een jaartje of tien moest wachten. Dat was enorm frustrerend. Alsof de marathon het eindpunt is voor een langeafstandsloper. Waarom zou je niet met de marathon kunnen beginnen?
Ik ben vastbesloten om over enkele jaren te starten met een professioneel marathonteam voor jonge atleten.” Krotwaar is ook niet te beroerd om zijn eigen imago bij te stellen. Hoewel. Dat hij – de kale, graatmagere marathonloper vaak als een ascetische monnik wordt afgeschilderd, komt hem niet eens zo slecht uit. „Ik geef toe dat ik dat imago ook een beetje cultiveer. Maar het klopt niet. Ik ben heel erg zwart-wit. In de voorbereiding van een marathon kost het me geen enkele moeite om me al-lerlei dingen te ontzeggen. Op die momenten leef ik erg sober.Wie zichzelf te veel verwent mist de hardheid voor de marathon. Ik heb echter ook periodes dat ik alles eet en drink wat ik lekker vind. Ik voel me dan bijna een Bourgondiër. Het is dus een mythe dat ik nooit frieten eet en geen alcohol drink.” Het imago van Krotwaar is onlosmakelijk verbonden met zijn bijnaam.

Witte Keniaan
Wie het ooit heeft bedacht, weet hij niet, maar ooit heeft iemand hem de ‘witte Keniaan genoemd. Sindsdien is het zijn geuzennaam. „Ik ben al 26 keer op hoogtestage geweest in Kenia. Voel me enorm verbonden met dat land. Ooit kwam Erica Terpstra voor de marathon van Enschede een toespraak houden in de kleedkamer. Toen ik daar als blanke atleet te midden van een heleboel Kenianen zat, viel het me op dat ik qua lichaamsbouw veel op hen leek. Alsof ik een stamgenoot van hen was, zo voelde het. Als je, zoals ik, al jaren in Kenia traint, word je volledig opgenomen in hun gemeenschap. Heel mooi is dat”, zegt Krotwaar, die een relatie heeft met de Zimbabwaanse atlete Sharon Tavengwa. De twee leiden al vijf jaar een nomadenbestaan dat zich voor een deel in Afrika en deels in Eindhoven afspeelt. Een leven volgens het recept huisje-boompje-beestje is voorlopig niet aan Krotwaar besteed. Hij wil nog zoveel. Ultralopen bijvoorbeeld, zijn nieuwe fascinatie. Over drie, vier jaar wil hij ook in deze tak bij de besten horen. „Het is niet de bedoeling dat ik extreme dingen ga doen. Maar de kortere ultra-afstanden tot 100 kilometer wil ik onder de knie krijgen. Lopen is in wezen een eenvoudige sport. Ik vind het mooi om iets eenvoudigs zo goed mogelijk te doen.”

© Dagblad de Limburger via Hardloopnieuws.nl