

Maatwerk is geboden als je als coach lopers op de juiste manier wilt laten trainen. Die boodschap gaf Honoré Hoedt de duizend bezoekers mee van de vijftiende Looptrainersdag van de Atletiekunie in het universitair sportcentrum in Nijmegen. De kwaliteit van het aanbod stond ook centraal bij de ontmoeting van organisatoren loopevenementen.
Het filmpje dat Hoedt zijn aandachtige gehoor voorschotelde, sprak boekdelen. Hij monteerde beelden van een trio pure recreanten naast een duo topatleten. ‘Onze oefenstof is veelal gebaseerd op lopers die 20km per uur lopen, maar verreweg de meesten van u werken met mensen die gemiddeld 10km per uur lopen', zo stelde hij - en een kleine rondvraag in de zaal bevestigde die uitspraak. Bovendien is bij onderzoek vast komen te staan dat bijna zestig procent van deelnemers aan loopevenementen niet sneller loopt dan die 10km per uur.
Hoedt vroeg om maatwerk bij het samenstellen van de oefenstof en vergeleek coaches die hun ambacht verstaan met kleermakers. Het programma moet niet afgestemd zijn op topatleten, noch op de beste lopers van de trainingsgroep - zodat de minste lopers het niet of nauwelijks kunnen bijbenen. Belangrijker dan snelheid is een efficiënte loopstijl, zodat de atleet niet hoeft af te zien en op zijn gemak kan lopen. Want dat willen recreatieve lopers, aldus Hoedt.
Dus: de kniehef hoeft niet zo hoog, maar de schouders en armen moeten wel lekker ontspannen blijven. Het bovenlichaam iets naar voren en de voeten soepel plaatsen. ‘En geef de aanwijzingen niet alleen tijdens de loopscholing, maar ook gedurende de duurloop of het intervalprogramma', zo hield de inleider zijn gehoor voor.
Jeugd
Ook jongeren vragen om maatwerk, stelde de bondscoach voor de midden- en lange afstand. Hij pleitte ervoor om jongens en meisjes die graag willen lopen niet te verplichten alle onderdelen van de atletiek te beoefenen. ´Je hoeft niet al die disciplines te doen om toch je hele lichaam te trainen. En hou ook rekening met verschillen tussen jeugd die vooral recreatief wil trainen en jongeren die meer prestatief zijn ingesteld´, zei Hoedt.
Hoe verrassend lopen kan zijn, werd even later duidelijk bij de korte `surprise act`, waarbij een groepje jongeren een demonstratie free running verzorgde en letterlijk tegen de muren van de sportzaal van het Gymnasion opsprong.
Regionale Running Teams
Dat het in de loopatletiek wel degelijk ook om prestaties gaat benadrukte Gerard Nijboer tijdens zijn presentatie voor de organisatoren van grote en middelgrote loopevenementen. De Atletiekunie wil graag een verbinding leggen tussen die evenementen en regionale running teams, die talenten ondersteunen bij hun weg naar de top. Team 4 Mijl in Groningen, het Seven Hills team in Nijmegen, het Utrecht Running Team en het Noordhollandse Team Distance Runners (TDR) zijn voorbeelden van die ontwikkeling.

Volgens Nijboer biedt een goede samenwerking tussen verenigingen, running teams en evenementen de juiste voedingsbodem voor het ontwikkelen van meer marathontalent. Zo was TDR met vier marathonlopers vertegenwoordigd in de Nederlandse ploeg voor de EK in Barcelona. Waar C- en B-junioren nog vooral in eigen omgeving trainen - en wonen en naar school gaan - moeten talentvolle junioren-A de kans krijgen hun leven meer en meer in te richten naar de eisen van de topsport, aldus Nijboer.
De Atletiekunie ondertekende tijdens de Looptrainersdag een intentieverklaring met het Seven Hills Running Team - dat inmiddels aansluiting heeft gevonden bij Nijmegen Atletiek - voor samenwerking bij de begeleiding van talenten in de wegatletiek. De aldus ondersteunde atleten zullen als regionale `helden` zichtbaar zijn bij evenementen als de Zevenheuvelenloop en de Marikenloop.
De Atletiekunie streeft naar meer van deze constellaties, waarbij bond en regionale organisatie (met hun sponsors) elk een financiële bijdrage leveren. Ook in andere delen van Nederland, zoals in Brabant en Zuid-Holland, zouden dit soort teams moeten ontstaan.
Duurzaam lopen
Ook een ander initiatief van de organisatoren van de Zevenheuvelenloop kreeg aandacht tijdens de Looptrainersdag. Directeur Ronald Veerbeek liet zien hoe zijn organisatie steeds nieuwe stappen zet naar een duurzamer evenement. Dat begon overigens al in 1992, toen start en finish van de snel groeiende loop werden verplaatst naar het centrum van Nijmegen en lopers van elders aangemoedigd werden om per trein te komen. Komende zondag maakt de helft van de 32.000 ingeschrevenen gebruik van de aanbieding van een voordelig NS-kaartje - en wie van buiten de regio komt en toch de eigen auto verkiest, betaalt een toeslag. Daar maak je je niet bij iedereen populair mee, liet Veerbeek weten, maar dat is wel de weg die de Zevenheuvelenloop wil gaan.
Volgende stappen waren het zoveel mogelijk uitbannen van plastic (draagtassen, drinkbekers en dergelijke) en het scheiden van afval. Het herinneringshirt is dit jaar van gerecyclede stof gemaakt. De lopers worden begeleid door elektrische auto's en motoren. En alleen wie er prijs op stelt, krijgt een medaille, zodat ook hier verspilling wordt voorkomen. Met steun van sponsor ABN AMRO wordt dit jaar voor het eerst de zo goed mogelijk berekende CO2-productie geneutraliseerd. ‘Maar een volgende stap is natuurlijk om die productie verder te verminderen', aldus Veerbeek.
Alle initiatieven leidden eerder dit jaar tot de uitreiking van de Innovation Award van European Athletics. ‘Het moet geen marketingverhaal zijn en je hele organisatie moet erachter staan', aldus Veerbeek. ‘Het kost tijd, geld en energie. Maar je kunt veel bereiken op dit gebied.'
Professionalisering
De duurzaamheid van de Zevenheuvelenloop is een van de voorbeelden van voortschrijdende professionalisering van loopevenementen. Daarover vertelde Edgar de Veer, die vanuit zijn bedrijf Running Affairs inmiddels een vijftal evenementen organiseert en die ook de directie voert over de Eindhoven Marathon. ‘Maar anders dan in het bedrijfsleven heb ik het hier niet voor het zeggen: het blijft een vrijwilligersorganisatie, waar het bestuur het laatste woord heeft.'
Zijn visie op de loopevenementen: een grote markt met veel aanbieders en veel verschil in kwaliteit. Maar dat laatste is niet erg, zolang de organisatie maar voldoet aan de verwachting van de deelnemers. De Veer noemt evenementen wel erg traditioneel: verreweg de meeste lopen hebben ieder jaar dezelfde datum, hetzelfde programma aan afstanden en hetzelfde parcours. En ze trekken voor 60 tot 80 procent lopers uit de eigen regio.
Kan het ook minder traditioneel? De Veer probeerde dat dit jaar met de Parnassia Laan van Meerdervoort Loop, die minder moest gaan lijken op andere loopevenementen in Den Haag, zoals de CPC. Dus: een ander parcours, met onder meer duinen en strand. Het leverde vooraf de nodige kritiek op, er was nog geen groei in het aantal deelnemers, maar wel veel enthousiasme achteraf. Conclusie: je moet af en toe wat durven veranderen.
Deelnemers
Of de deelnemers aan de Looptrainersdag ook veranderingsgezind zijn, zullen de vele tienduizenden lopers in Nederland in de komende weken gaan ondervinden. Dan zal duidelijk worden of alle nieuwe ideeën die ze aangereikt kregen, in de trainingspraktijk vertaald worden.
De Looptrainersdag was in ieder geval ook dit jaar weer snel uitverkocht (binnen een week zelfs) en met duizend leergierige coaches en andere betrokkenen was het Gymnasion weer een volle, gezellige mierenhoop. Die verspreidde zich in drie blokken over zo'n honderd workshops en praktijksessies. Ook de ruim dertig standhouders op de loopsportmarkt hadden niet te klagen over belangstelling.
De wandeltrainers ontbraken dit keer. Voor het eerst krijgen zij in maart volgend jaar een eigen bijeenkomst.
Meer foto's in foto-album
Tekst: Cors van den Brink,
Fotografie: Erik van Leeuwen,
Een filmimpressie die Barbara Kerkhof maakte van enkele praktijksessies is hier te zien.
